Sprookjesachtig Hessen
Op het spoor van de gebroeders Grimm

Inleiding

0
1
2
3
109
0

Op het spoor
van de gebroeders Grimm

Welkom in Hessen Volg het spoor van de gebroeders Grimm en ontdek de bekende en minder bekende kanten van deze veelzijdige streek midden in Duitsland.

Het voornaamste doel van deze reisgids is de lezer te verleiden. Te ver­leiden om zich uit de luie stoel te verheffen en in de auto of de trein te stappen om naar Hessen te rijden. Maar dat is niet het enige doel van dit boek. Bij reizen hoort nieuwsgierigheid, en bij nieuwsgierigheid hoort het stellen van vragen. Deze gids wil nieuwsgierig maken en helpen bij het formuleren van die vragen. Want Hessen is nu eenmaal geen strand waaraan je lui in de zon liggend je vakantie doorbrengt. Dat is immers nogal saai!

Er was eens …

De streek die ontdekt wil worden is er een vol met kastelen waar vorsten zetelden en ridders vochten, vol met kloosters en donkere mijnen, vol met gotische domkerken die boven alles uitsteken, vol met oeroude handelsrouten, bezaaid met fraaie stadjes en bossen, waarin misschien nog steeds wel heksen wonen en dwergen door het kreupelhout stappen. Dat is goed mogelijk. In Hessen weet je immers maar nooit.

In deze groene en heuvelachtige streek tussen de Hoher Meißner en het Odenwald begonnen de gebroeders Jacob en Wilhelm Grimm 200 jaar geleden aan een speurtocht door een lang verleden. Ze verzamelden sagen en sprookjes en luisterden aandachtig naar wat de mensen om hun heen zoal te vertellen hadden. Het waren verhalen over betoverde prinsessen en boze stiefmoeders, over driftige kabouters en vrien­delijke koningen, over kereltjes zo groot als een duim en over boerenjongens, die gewiekst genoeg waren om zelfs de duivel een hak te zetten.

De gebroeders Grimm hebben ook zelf sporen nagelaten in Hessen. Het was de streek waar ze werden geboren, naar school gingen, studeerden, werkten, uitbundige feesten vierden, doorheen trokken, vrienden bezochten en, als het moest, ook in opstand kwamen tegen het gezag.

… ze leefden nog lang en gelukkig

De sporen van al die verhalen en de sporen van hun verzamelaars zijn de bestemmingen waarnaar deze reisgids de lezer wil meenemen. Hoe we dit doen? Door verhalen te vertellen, net als de gebroeders Grimm het deden. Bijvoorbeeld van wachtmeester Krause, die als tegenprestatie voor zijn sprookjes uit de spinkamer slechts een paar afgedankte broeken eiste. Of van de kunstschilder Otto Ubbelohde, die de mooiste plekken van zijn geboortestreek opzocht om de sprookjes van Jacob en Wilhelm  Grimm een typisch Hessisch  gezicht te geven.

Soms zie je door de bomen het bos niet meer, ook al is het bos nog zo mooi. Deze reisgids wil voorkomen dat u dit in Hessen overkomt.

Route 1—9

5
6
7
8
9

Route 1—9

Wat hun volgorde betreft, volgen de routes de woon- en verblijfplaatsen van de gebroeders Grimm, van hun geboorteplaats Hanau tot aan Wetzlar, waar ze toevlucht vonden.

Route 1

Hanau – via Hof Trages – Steinau an der Strasse – Schlüchtern

Overgrootvader, grootvader en vader Grimm waren alle drie werkzaam als pastoor of stadsklerk in deze streek. Jacob en Wilhelm werden geboren in resp. 1785 en 1786 in Hanau in een pand aan de Paradeplatz (thans Freiheitsplatz), nabij de gotische Marienkirche, waar hun grootvader jarenlang predikte. Ludwig Emil, die schilderkunst studeerde en zijn broer meermaals tekende, aanschouwde het levenslicht in de Langstraße in 1790. Beide huizen werden geheel verwoest in de Tweede Wereldoorlog; gedenkborden en het Brüder Grimm-Nationaldenkmal (standbeeld) op het marktplein houden de herinnering aan de beroemde broers levend. De heimelijke Grimmstad echter is Steinau an der Straße. Deze middeleeuwse plaats aan de belangrijke handelsroute tussen Frankfurt en Leipzig diende eeuwenlang als ‘wisselstation’ voor koetsen en paarden. Het gezin Grimm was hier naartoe verhuisd nadat vader Grimm was bevorderd tot hoger ambtenaar; Wilhelm en Jacob waren toen resp. vier en vijf jaar oud.

Veel jeugdherinneringen van de gebroeders Grimm zijn opgetekend, zoals de les bij de strenge onderwijzer Zinckhan op de gereformeerde school, het prettige verblijf in de vrije natuur en de vroege dood van hun vader, vijf jaar na de verhuizing. Een echt hoogtepunt is het Brüder-Grimm-Haus in het voormalige woonhuis. Het is een museum met tentoonstellingen over het leven van het gezin Grimm en diverse interactieve speelmogelijkheden. Ook Schloss Steinau beschikt over een eigen Grimm-vertrek en in het populaire marionettentheater in de voormalige paardenstal worden geregeld sprookjes van Grimm opgevoerd.

Route 2

Wandeling door het oude centrum van de universiteitsstad Marburg, een ommetje via Lahntal-Gossfelden, en verder via het land van Roodkapje naar Willingshausen, Alsfeld en Bad Hersfeld.

“In Marburg moet je voortdurend wel ergens een trap op en af”, schreef Jacob Grimm in 1850 over zijn studententijd. Als student liep hij dagelijks door de steile steegjes van de Schlossberg, waarna hij telkens weer werd beloond met een prachtig uitzicht. Via het ‘Grimm-Dich-Pfad’ loopt u vanaf de Elisabethkirche naar boven naar het kasteel van de landgraaf, voortdurend op het spoor van Jacob en Wilhelm Grimm en hun tijdgenoten. Hun eerste eigen woning bevond zich in de Barfüßerstraße 35. Via de Wendelgasse liepen ze naar de hoger gelegen Ritterstraße, waar hun voornaamste onderwijzer, vriend en promotor Friedrich Carl von Savigny spreekuur hield in de Forsthof op huisnummer 15. Tentoonstellingen in het Marburger Haus der Romantik en in het Schlossmuseum herinneren aan deze tijd.

De broers gingen geregeld langs bij pastoor Bang in Lahntal-Goßfelden, die de twee studenten hielp bij de klassieke talen en later ook bij hun onderzoek naar sprookjes en voor het Duitse woordenboek. Het schilderachtige huis van de jugendstilkunstenaar Otto Ubbelohde, die de sprookjes en verhalen van de gebroeders Grimm voorzag van illustraties uit de Oberstadt van Marburg en uit het Lahntal, heeft een betoverende ligging. Alsfeld is ook nu nog een sprookjesachtig vakwerkdorp. Uit Bad Hersfeld zijn niet alleen Konrad Duden en Konrad Zuse afkomstig, maar ook het Dappere Snijdertje; in het interactieve museum ‘Wortreich’ kunt u op speelse wijze kennismaken met deze drie heerschappen en de gebroeders Grimm.

Route 3

Vanaf de Brüder-Grimm-Platz naar het Brüder-Grimm-Museum en het Fridericianum of naar het Bergpark Wilhelmshöhe; voormalige woonhuizen en het graf van de sprookjesvrouw Dorothea Viehmann in Niederzwehren, pauzeren in de 'Knallhütte' in Baunatal en daarna naar het Schneewittchendorf Bergfreiheit nabij Bad Wildungen

Jacob en Wilhelm Grimm leefden (met onderbrekingen) van 1798 tot 1841 in Kassel, de geboorteplaats van hun moeder Dorothea Zimmer. Hier bezochten ze het lyceum, verzamelden ze hun sprookjes en andere verhalen en brachten ze de gelukkigste jaren van hun leven door. Hun zus Lotte deed de huishouding, althans tot aan haar huwelijk. Jacob zorgde voor brood op de plank, van 1806 tot 1816 als ambtenaar en daarna als bibliothecaris van de bibliotheek in het Fridericianum. Deze baan deed hij samen met zijn broer Wilhelm; ze werkten parttime en zodoende hadden ze voldoende tijd voor hun taalkundig onderzoek. In het Brüder-Grimm-Museum is een prachtige tentoonstelling te zien over het leven, het werk en de invloed van de beide grondleggers van de germanistiek. In deze tentoonstelling komt ook het werk van hun jongere broer Ludwig Emil, die kunstschilder was, uitgebreid aan bod. Hij bracht veel tijd in de natuur door, studeerde in München en was daarna werkzaam als docent aan de kunstacademie in Kassel.

Wie de ‘sprookjesvrouw’ Dorothea Viehmann, de bron van bijna 40 sprookjes van de gebroeders Grimm, eer wil bewijzen, moet zich op­maken naar Niederzwehren en het Baunatal. Hier bevindt zich de Knallhütte, waar veel sprookjes zijn ontstaan. Dorothea Viehmann, de dochter van de hugenootse uitbater van dit brouwerijcafé, had al in jonge jaren de verhalen van familie­leden en reizigers opgevangen. Ook nu nog onthaalt een ‘sprookjesvrouw’ de gasten ’s zaterdags om 17.30 uur op sprookjes.

Route 4

Expedities in het sprookjesbos rondom de Sababurg en de Trendelburg

Wie tussen de kolossale adelaarsvarens en knoestige eiken van het Reinhardswald loopt, begrijpt wat avontuur is. Boze heksen kom je er beslist niet tegen, maar Raponsje en Doornroosje wel. En een hoop wilde dieren, want dit bos bij de Sababurg is het oudste dierenpark van Europa. Landgraaf Wilhelm IV liet het aanleggen in 1571. Tegenwoordig komen hier ruim tachtig diersoorten voor. De allerjongste bezoekers zullen vooral onder de indruk zijn van de schitterende roofvogels, de wisenten met hun wilde haardos en de geitjes op de kinderboerderij. De jeugd en volwassenen mogen Doornroosje in de Sababurg niet missen. De mooiste periode hiervoor is eind mei tot midden juli, als de rozen bloeien. Het liefdesverhaal van de prinses en de koningszoon wordt hier ook opgevoerd, hoewel de legende wil dat dit complex is gebouwd voor Saba, de dochter van een reus, en de Trendelburg voor haar zus Trendula. Vanaf de 38 meter hoge toren van deze burcht laat Raponsje elke zondag haar vlechten vallen en deelt ze naderhand handtekeningen uit. In beide burchten is een klein hotel gehuisvest waar u sprookjesachtig kunt dineren en logeren.

Bij Gottsbüren maakt een enerverend natuurmonument zijn opwachting: de ‘Nasse Wolkenbruch’, een 60 meter diep zinkgat. De legende wil dat hier Trendula, de dochter van de reus, begraven ligt. Immenhausen heeft zichzelf verklaard tot stad van de Gelukkige Hans. Hier kunt u langs een 15 km lang deel van de Märchenlandweg kennismaken met lokale fabeltjes.

Route 5

Op het spoor van de Nibelungen dwars door Zuid-Hessen

Het Felsenmeer is een magische plek die met wandelschoenen goed bereikbaar is via de onlangs bekroonde Nibelungensteig of via de Nibelungen-Siegfried-Straße. De oude steengroeve in het prachtige Odenwald is bij jong en oud geliefd als klimparadijs. Volgens een legende zou de groeve zijn ontstaan bij een ruzie tussen twee reuzen die elkaar met rotsblokken bekogelden vanaf de Felsberg en de Hohenstein. De reus op de Hohenstein won, de andere reus ligt sindsdien begraven onder het Felsenmeer. Door de verzamelwoede van de gebroeders Grimm brak in de 19e eeuw een regelrechte sprookjeshype los en begonnen veel mensen te graven in het eigen mythische verleden.

De Siegfriedbrunnen in het bos nabij Grasellenbach is een cruciale plek in het ‘Nibelungenland’. Hier zou Hagen van Tronje Siegfried, de held uit het Nibelungenlied, hebben vermoord. Zou, want er zijn hier nog een paar plaatsen die dit opeisen. In 1851 toonde een historicus uit Darmstadt echter aan dat Grasellenbach de plaats van misdrijf geweest moet zijn. Nu kan er worden gekuurd en genoten van de prachtige omgeving.

Het bekendste sprookje uit deze streek is dat over de Rodensteiner, dat ook nog voorkwam in de eerste editie van de Deutsche Sagen van de gebroeders Grimm. De afgelegen ruïne van kasteel Rodenstein en het iets lagergelegen Hofgut Rodenstein zijn een bezoek waard. Niemand heeft de bewoners van het kasteel ooit gezien, maar wel gehoord: als er oorlog dreigde, weerklonk het geroep van de geesten in de nacht.

Route 6

Vanuit Bad Soden am Taunus naar Wiesbaden. Langs de Rijn naar de Rheingau om het Brentano-Haus in Oestrich-Winkel en de kastelen Vollrads und Johannisberg te bezichtigen.

Wilhelm Grimms gezondheid liet hem nogal eens in de steek. Daarom verbleef hij vaak in kuuroorden. Van 1831 tot 1834 was hij in Wiesbaden en in 1855 in Bad Soden, nabij de beroemde Champagnerbrunnen. Sinds 1990 vrolijkt het Hundertwasserhaus dit stadje op, een op een sprookjeskasteel uit Duizend-en-één-nacht lijkend gebouw. Wilhelm was in goed gezelschap: veel schrijvers en geleerden kwamen in de 19e eeuw naar dit deel van de Taunus en de Rijn vanwege het geneeskrachtige water. Aan de “gelukzalige oevers” van Main en Rijn bezocht hij ook Mainz, Hochheim en de vredige dorpen in de Rheingau. Al in 1815 was hij met Friedrich Carl von Savigny en zijn schilderende broer Ludwig Emil door Winkel gereisd, waar de familie Brentano nog steeds een romantisch landgoed bezit. Enkele keren per jaar vindt er een rondleiding plaats door de gebouwen, de wijngaard en het oorspronkelijk ingerichte vertrek waar Goethe ooit logeerde (in 1815 werkte hij hier aan zijn West-östlicher Diwan). Wie wat wil eten of drinken, kan terecht op het mediterrane terras van het restaurant op de begane grond.

Vanaf Schloss Vollrads, een voormalig middeleeuws waterslot, loopt een wandelpad naar het vermaarde wijndomein Schloss Johannisberg. Dit voormalige benedictijnenklooster (dat precies op de 50e breedtegraad ligt) werd omgebouwd tot het huidige kasteel door Klemens Fürst von Metternich. Waar gasten nu komen ontspannen, genoot Wilhelm Grimm al 200 jaar geleden van veel wijn en rust.

700

Route 7

Göttingen – Witzenhausen – Kassel; een ommetje via Hoher Meissner en de poel van Vrouw Holle, en verder naar Nentershausen en de Friedrichshütte (Bebra-Iba)

De gebroeders Grimm woonden op de Goetheallee 6 in Göttingen van 1829 tot 1837. In dit huis bevond zich links van de ingang ook de zaal waar ze vanaf 1830 colleges gaven. In 1837 werden ze samen met vijf collega’s ontslagen door koning Ernst August von Hannover, nadat ze openlijk hadden geprotesteerd tegen de afschaffing van de grondwet. In 2010 werd voor de universiteit van Göttingen een monument onthuld van de schrijver en beeldhouwer Günter Grass ter ere van deze ‘Göttinger Sieben’. Drie van deze hoogleraren, die beroemd werden als vrijheidsstrijders en grondleggers van de democratie, moesten Göttingen meteen verlaten. Onder hen was ook Jacob Grimm. Hij vluchtte naar Kurhessen en werd op de brug over de Werra bij Witzenhausen onthaald door jubelende studenten. Ze spanden de paarden uit en trokken de koets eigenhandig naar het nieuwe raadhuis, waar een betoging plaatsvond. Jacob bracht de nacht door in de herberg Zur Krone.

In Witzenhausen komen sprookjesliefhebbers volop aan hun trekken. In het Burghotel is het Frau-Holle-Konsulat gehuisvest, waar je bijna alles te weten kunt komen over de legendarische ‘kussenuitschudster’ en de vele fabeltjes en verhalen omtrent haar persoon. En met een beetje geluk wordt u ook nog uitgeroepen tot ambassadeur van vrouw Holle. Ook op de Hoher Meißner is vrouw Holle alomtegenwoordig. Een schilderachtig gelegen meertje op de oostflank nabij de top, waar volgens de legende de baby’s vandaan komen, is vernoemd naar haar.

Route 8

Frankfurt – Goddelau – Darmstadt

Al als kleine kinderen brachten de gebroeders Grimm vanuit Hanau geregeld een bezoekje aan Frankfurt. Voor een verhuizing was hen deze stad echter te “vol” en te “druk”. De meer dan 600 jaar oude Römer in het centrum van Frankfurt is al sinds de 15e eeuw in gebruik als raadhuis. In de domkerk, waar ooit de Duitse keizers werden gekroond en dineerden en hun portretten nu nog hangen, kwamen in september 1846 meer dan 200 ‘germanisten’ bijeen, een benaming die daar ontstond. Jacob Grimm werd benoemd tot voorzitter van de nieuwe germanistenvereniging, Wilhelm hield er een lezing over hun werk voor het Duitse woordenboek.

Jacob was ook een van de 600 afgevaardigden die twee jaar later de eerste vergadering bijwoonden van het eerste democratisch gekozen nationale parlement van Duitsland. Zijn wetsvoorstel voor fundamentele vrijheden werd beroemd, ondanks dat het werd afgewezen: “Het Duitse volk is een volk van vrije mensen; en Duitse bodem duldt geen slavernij. Vreemde onvrije mensen die op Duitse bodem vertoeven, worden vrij.” Jacob woonde noodgedwongen enkele maanden in het centrum van Frankfurt, dat hij echter, mede vanwege de aanwezigheid van enkele aanbidsters, nog steeds te druk vond. Hij ondernam regelmatig wandelingen naar Bockenheim en Rödelheim, waar hij met geestverwanten samenkwam in het romantische Petrihaus van Georg Brentano aan de Nidda.

Route 9

Breng een bezoek aan de Phantastische Bibliothek in Wetzlar en het Mathematikum in Gießen

Van de briefwisseling tussen de gebroeders Grimm en Paul Wigand, een school- en studievriend in Kassel, zijn zo’n 200 brieven bewaard gebleven. Ook na de studiejaren bleef Wigand een grote rol spelen in het leven van Wilhelm en Jacob. Ze spraken vooral veel over literatuur. In 1803, enige tijd na Jacob, gingen ook Wilhelm en Paul in Marburg studeren. In 1808 werd Paul benoemd tot kantonrechter in Höxter an der Weser. Wilhelm kon zijn geluk niet op toen hij drie jaar later peetoom werd van de naar hem vernoemde zoon van Wigand, “waardoor onze vriendschap ook nog een geestverwantschap werd”. Paul verleende zijn uit Göttingen gevluchte vrienden asiel in Wetzlar, waar hij sinds 1833 werkzaam was als hoogste kantonrechter. Voor de broers was een verhuizing naar het gezellige stadje aan de Lahn geen optie. De ‘Phantastische Bibliothek’ in Wetzlar doet de gebroeders Grimm nu alle eer aan. Dit museum bezit niet alleen de grootste openbare verzameling fantastische literatuur (sciencefiction, fantasy, misdaadromans, sprookjes, en avonturenverhalen), maar organiseert elk jaar in september ook de ‘Tage der Phantastik’, die tal van liefhebbers van dit genre trekt. Meer berekenend gaat men te werk in het ‘Mathematikum’ in Gießen, waarvoor Jacob zeker ook wel waardering zou hebben gehad.

Focus op

Focus op

Overige plaatsen in Hessen met een rijk cultureel gebeuren en/of verleden

Focus op 1

Schilderskolonie Willingshausen
In 1824 stichtte een eenarmige officier in de Schwalm de eerste kunstenaarsvereniging van Europa.

Opnieuw was het een oorlog die aan de wieg stond van grote ontwikkelingen. In oktober 1813, in de (Volkeren)Slag bij Leipzig, had een coalitie van Pruisen, Oostenrijkers, Zweden en Russen Napoleon op de vlucht doen slaan. De Balt Gerhardt Wilhelm von Reutern (1794–1865) kwam als gewonde soldaat naar Willingshausen in de Schwalm, nadat hij bij een vuurgevecht een arm had verloren. Op het kasteel van de aangetrouwde Von Schwertzell herstelde hij spoedig. Hij reisde naar Weimar, waar hij Goethe ontmoette. De dichter was zeer onder de indruk van het talent van de jonge officier: “Schilder!”, luidde zijn advies aan de soldaat, die hiermee zijn leven een nieuwe inhoud gaf. De kleurrijke klederdracht in deze streek bood volop mogelijkheden om het oog en de hand te bekwamen. De autodidact bracht genrestukken en het zacht glooiende landschap op het doek. Von Reutern huwde Charlotte von Schwertzell, een dochter van de kasteelheer, en vestigde zich in Willingshausen.

Tot zijn belangrijkste opdrachtgevers behoorde de tsaar; een groot aantal schilderijen van hem belandde in de Hermitage in Sint-Petersburg.

Eerst één, toen twee …

In 1824 verhuisde ook Ludwig Emil Grimm naar Willingshausen. Hij had gestudeerd aan de kunstacademie van Kassel en München en kende Willingshausen. Hij vond het landschap prachtig en genoot zeer van de rust op het platteland. Von Reutern begon zijn spectrum te verbreden en aan zijn techniek te vijlen. Van de academie in Düsseldorf, die hij bezocht, bracht hij zijn docent Theodor Hildebrandt en diens collega Jakob Fürchtegott Dielmann mee naar Willingshausen – de vriendenkring groeide uit tot een schilderskolonie, de oudste kunstenaarsvereniging van Europa. Het werd een bonte mengeling van stijlen, beïnvloed door de academiën van Düsseldorf, München, Berlijn, Frankfurt, Dresden en Weimar, die steeds meer kunstenaars aantrok. Het schilderachtige dorpje in de Schwalm werd het kruispunt van hun sferen.

Internationale faam

Tijdens de romantiek verwierf Willingshausen internationale faam, en tot aan het impressionisme was het zelfs een begrip. Ludwig Knaus en Otto Ubbelohde kwamen erbij, net als Otto Piltz en Fritz Grebe, beide beïnvloed door Max Liebermann. Paul Baum had zich bekwaamd in het Franse Barbizon en bij de Belgische neo-impressionisten, zijn collega Carl Bantzer werd zelfs een van de meest invloedrijke modernistische docenten. Tot zijn leerlingen behoorden onder meer de expressionist Conrad Felixmüller en de dadaïst Kurt Schwitters uit Hannover. In een reizende tentoonstelling langs steden als Wenen, München, Breslau en Berlijn baarde Bantzer in 1892 opzien met zijn Hessische Abendmahlsfeier, dat hij een jaar eerder had voltooid. De kracht die uitgaat van dit laat-impressionistische schilderij ligt in het donkere, sobere karakter van de uitgebeelde ruimte – de 12e-eeuwse weerkerk in Wenkbach bij Marburg. Die kracht is hier nog steeds voelbaar.

De betekenis van de schilderskolonie voor de kunstgeschiedenis is allang niet meer dezelfde als toen. Niettemin schilderen en tekenen de kunstenaars van Willingshausen er nog steeds de natuur. Ervaren kunstenaars bieden workshops aan, de ­vereniging Malerstübchen Willingshausen e.V. organiseert er exposities over het heden en verleden van de schilderkunst in Hessen, en jonge meesters kunnen meedingen naar een studiebeurs in het onder monumentenzorg staande Hirtenhaus. En eromheen ligt nog steeds het landschap dat legio kunstenaars inspireerde.

Focus op 2

Schilderskolonie Willingshausen
Met het vellen van de Donareik door Bonifatius begon in 723 de kerstening van Midden- en Noord-Duitsland.

Fritzlar was geen etappeplaats op de levensweg van de gebroeders Grimm. En geen historicus zal willen aantonen dat Roodkapje hier op weg naar haar grootmoeder over het plein voor de kolossale, uit de 11e eeuw daterende en door de eeuwen heen voortdurend verbouwde en uitgebreide domkerk St. Peter is geslenderd. Maar sinds gene dag in het najaar van 723, waarop een door de wolken vallende zonnestraal de Chatten deed twijfelen aan de macht van hun goden, is deze stad aan de rivier de Eder een plaats die sterke impulsen zou gaan geven aan de geschiedenis van dit land, dat rijk is aan mythen, helden, geluks­momenten en onheil. Daarvan getuigen ook nu nog tal van oude wacht­torens, kloostermuren en ­patriciërshuizen. Sommige zaken konden aan de hand van onderzoek worden aangetoond, soms gaat het om vermoedens die werden doorgegeven – net als bij de sprookjes en sagen uit en over deze stad die de gebroeders Grimm werden verteld. Kortom: Fritz­lar is een kleinood.

De heilige eik geveld

Het was de Angelsaksische missionaris Bonifatius (ca. 672–ca. 755) die als afgezant van de paus in Rome met behulp van een goddelijke wenk de twijfelaars in deze uithoek van het Frankenrijk hielp te bekeren tot het christendom. Hij koos voor een ruwe methode en velde met enkele stevige bijlslagen de ter ere van de god Donar aangeplante eik. Daarbij zou het in de hemel hebben gerommeld. Toen het heiligdom van de oude Germanen was gesneuveld, ontstak niet de god van de donder in woede, maar lachte de zon over het voortaan christelijke avondland.

In 919, dus bijna 200 jaar later was Fritzlar opnieuw het middelpunt van een historische gebeuren in de Duitse geschiedenis. Het was het jaar dat Hendrik I (de Vogelaar) werd gekozen tot koning van Duitsland. Hij was de eerste telg uit het geslacht van de Liodolfingen, ook wel Ottonen genaamd, die de troon besteeg. Onder zijn bewind groeide de macht van Duitsland in Europa zienderogen.

Levendig verleden

Dat een bronzen standbeeld voor de Dom hieraan herinnert, is welhaast evident. Zo’n brave illustratie van de legenden en het verleden was eigenlijk niet nodig geweest, want de stad is in feite al één groot historisch panorama dat als zodanig zijn weerga niet kent: een romaanse kerk, verrijzend boven het direct na de bekering gestichte klooster, een gotische vleugel van dit kloostercomplex met een kruisgang en stiftsgebouwen (waarin thans de domschat wordt bewaard) en een barok hoogaltaar. Verder: het in 1109 voor het eerst vermelde raadhuis, het oudste overheidsgebouw van Duitsland, en tot slot het Ursulinenstift, waar ook Bettine von Arnim, een goede vriend van de gebroeders Grimm, haar opleiding genoot.

Stad in vogelvlucht

Een panorama dat tot leven komt bij een stadswandeling: het prachtige door vakwerkhuizen omgeven marktplein met de Rolandsbrunnen, de stadsmuur en het grandioze uitzicht vanaf de Grauer Turm, het statige Hochzeitshaus en de Büraburg in Ungedanken. De bijbehorende, in de 6e eeuw ter ere van de Ierse heilige Bridiga gebouwde kapel is zo oud dat hij waarschijnlijk ook voor heidense culten werd gebruikt. Totdat Bonifatius kwam en de Donareik velde. Toen begon de Duitse geschiedenis eigenlijk pas echt.

Focus op 3

Diende Margaretha von Waldeck als voorbeeld voor de schone stiefdochter? Dwergen waren er ook in Bad Wildungen …

Soms kruisen wetenschap en legende elkaars pad: Sneeuwwitje bestond namelijk echt! Ze heette Margaretha en werd in 1533 op Schloss Altenwildungen geboren als dochter van graaf Filips IV van Waldeck (1493–1574). Het lot dat zij onderging, vertoont verbluffende gelijkenissen met dat van de sprookjesprinses van de gebroeders Grimm: ze was eveneens buitengewoon mooi en overleed (in 1554) op een leeftijd van slechts 21 jaar onder mysterieuze omstandigheden achter de zeven bergen, oftewel achter het Zevengebergte, in het verre Brussel, destijds de hoofdstad van de provincie Brabant. En ook zij had een stiefmoeder, Katharina von Hatzfeld, die haar uit afgunst het leven trachtte zuur te maken.

De dochter van de graaf, de zesde van elf telgen uit diens (eerste) huwelijk met Margaretha von Ostfriesland, was pas 16 jaar oud toen zij aan het Habsburgse Hof in Brussel belandde. Daar regeerde Maria van Bohemen en Hongarije, de zus van keizer Karel V, als landvoogdes van de Nederlanden. De jonge vrouw uit Wildungen moest als jonge ehrenjungfer op zoek gaan naar een man van stand en ervoor zorgen dat de keizer de Hessische landgraaf Filips (1504–1567), later ‘de Grootmoedige’ genoemd, zou vrijlaten. Zowel Margaretha’s vader als de landgraaf had zich in zijn land al vroeg ingezet voor de Reformatie. Filips van Waldeck had Martin Luther in 1521 ontmoet tijdens een Rijksdag in Worms en was sindsdien een overtuigd aanhanger; Filips van Hessen had in 1527 in Marburg de eerste protestantse universiteit in het leven geroepen en was in 1547 na de nederlaag in de Schmalkaldische Oorlog gevangengezet door de katholieke keizer. Nu verschijnt Sneeuwwitje ten tonele.

Dood door arseen?

Vanaf dit moment lopen de vermoedens uiteen. Bracht Margaretha’s schoonheid de hoofden van de verkeerde mannen op hol? Kroonprins Filips II van Spanje (1527–1598) zou haar avances hebben gemaakt, hoewel allang vaststond dat hij met Maria I van Engeland (1516–1558), een oudere tante, zou huwen. Zij was het die honderden protestanten als ketters op de brandstapel bracht en van het volk de niet bepaald liefdevolle bijnaam ‘Bloody Mary’ kreeg toebedeeld. Moest Margaretha dus om dynastieke redenen uit de weg worden geruimd? Of was het toch afgunst? Ook de graaf van Egmont (1522–1568) was in liefde ontbrand voor Margaretha en gaf haar zijn beeltenis. Of was het toch de – kinderloos gebleven – stiefmoeder die haar naar het leven stond? Volgens de kronieken was er arseen in het spel, en toxicologen weten dat dit langzaam werkende gif ook de verklaring kan zijn voor het beverige handschrift in Mar­garetha’s testament. Dit zevenvoudig verzegelde document ligt thans in het Hessisches Staatsarchiv in Marburg, dossiernummer 115.1 nr. 251. Leesstof om rillingen van te krijgen.

Dwergen in mijnen

Maar zoals zo vaak in de wetenschap lokt een theorie ook een tegenontwerp uit. In het kasteel in Lohr am Spessart, 200 kilometer ten zuiden van Bad Wildungen en thans Beieren, hangt een spiegel die de kasteelvrouwe Claudia von Venningen ooit zou hebben toe­gefluiserd dat haar stiefdochter Maria Sophia von Erthal veel schoner was dan zij. Er loopt een ‘Schneewittchenwanderweg’ vanaf het kasteel naar Bieber bij Gelnhausen, waar dwergen in de mijnen gewerkt zouden hebben. Naar verluidt bestaan er wereldwijd maar liefst 75 versies van dit sprookje; de gebroeders Grimm distilleerden daaruit een sage die wereldberoemd werd – wie kent Sneeuwwitje immers niet? In het kasteel is nu het Spessartmuseum gevestigd en de spiegel van de Kurmainzische Spiegelmanufaktur is er nog steeds te zien. Maar zwijgt als het graf.

Het verhaal over de dwergen daarentegen is een bewezen feit: in de 16e eeuw waren de gangen van de kopermijn in Bergfreiheit, een gehucht bij Bad Wildungen, zo laag dat er alleen maar ‘dwergen’ konden werken. Dat waren dus kinderen. Dit was overigens in veel mijnen het geval. Als kinderen jarenlang in zo’n vochtige, koude mijn hadden gewerkt waar de lucht vergeven was van het kankerverwekkende mijngas radon, leek het wel of ze verwelkt waren: kromgegroeide, vale grijsaards die hun jeugd hadden verloren.

De mijnbouw heeft zijn stempel op de plaats gedrukt en komt weer tot leven in het Schneewittchenhaus. Sommige huisjes in Bergfreiheit wekken ook nu nog de indruk alsof de zeven dwergen elk moment thuis kunnen komen, aan tafel gaan zitten en van hun bordjes gaan eten …

Bad Wildungen

Bad Wildungen is een schitterend, deftig stadje met een hogergelegen barok kasteel, Schloss Friedrichstein. Hier zijn diverse verzamelingen over met name de jacht- en krijgsgeschiedenis te zien. Ooit stond hier Alt-Wildungen, een burcht waarvan sinds de verbouwing in 1714 alleen nog maar de toren bewaard is gebleven.

Het stadsbeeld wordt gekenmerkt door een opvallend contrast tussen vakwerkhuizen en praalgebouwen uit de tijd dat kuren in Bad Wildungen hip was. Overigens ook voor de gebroeders Grimm: hun zus Charlotte (‘Lotte’) ­vertoefde hier dikwijls wegens haar zwakke gezondheidstoestand, meestal in gezelschap van haar broer Ludwig Emil. Ze logeerden bij familieleden van het bevriende gezin Wild uit Kassel (Dortchen Wild was de latere echtgenote van Wilhelm Grimm). Ook Jacob en Wilhelm kwamen regelmatig op bezoek.

Het schitterende sprookjesbos, Nationalpark Kellerwald-Edersee, waarvan het kantoor is gevestigd in Bad Wildungen, begint als het ware meteen achter de voortuin. Dit enorme beukenbos met een oppervlakte van maar liefst 57 vierkante kilometer staat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO sinds 25 juni 2011.

Focus op 4

De man die de nieuwe tijd inluidde, leefde enkele jaren in dit wijnstadje en leerde er lezen en schrijven.

Zijn eigenlijke naam was Johannes ‘Henne’ Gensfleisch. Dat zijn biografie zulke grote hiaten vertoont, ligt wellicht aan het feit aan de wereld van toen. In tijden dat elke vermelding in een kerkboek met een ganzenveer gebeurde, dat elk woord met de hand werd geschreven, dat slechts een kleine elite kon lezen en schrijven en dat boeken alleen bestonden in de scriptoria van kloosters, kon een feit, een spoor maar één keer verloren gaan. Maar dan wel voorgoed. Zijn uitvinding zou daar echter ingrijpend verandering in brengen.

Weg uit Mainz

Was de Johannes de alta villa (de Latijnse naam van Eltville) die in 1418–1419 opdook aan de universiteit van Erfurt, daadwerkelijk dezelfde als de Johannes, oftewel Henne, die ergens tussen 1393 en 1404 als zoon van de patriciër Friele Gensfleisch en Else Wirich in het huis ‘Zum Gutenberg’ in Mainz ter wereld kwam? Het is waarschijnlijk dat de vader omstreeks 1411 Mainz verliet en naar de Rheingau trok, waar het gezin een huis had geërfd van een familielid van moeders kant. Als dat klopt, zat Henne destijds op de ‘gemein Schul’ bij de kerk St. Peter und Paul. Feit is wel dat zijn broer, Friele, in 1434 in de Burghofstraße in Eltville kwam wonen.

Henne keerde terug naar Mainz, naar het geboortehuis. Daar werkte en experimenteerde hij en vond als Johannes Gutenberg de drukpers uit en de boekdrukkunst met losse letters. Hij overleed op 3 februari 1468 in Mainz en ligt sindsdien begraven in

de Franziskanerkirche; waar precies, is niet bekend.

Voor de wereld brak een nieuw tijdperk aan. Een tijdperk waarin lezen, onderwijs, eerst aflaatbrieven maar later ook de Lutherbijbel een rol

gingen spelen. Het werd de tijd van alfabetisering, pamfletten, revoluties, filosofische wereldverklaringen en een volledig nieuw mensbeeld. En lag hier ook de technische basis voor het feit dat de sprookjes van Grimm een wereldwijde oplage haalden van ongeveer één miljard exemplaren?

De wijnpers als ­voorbeeld?

Het Gutenberg-Museum tegenover de beroemde dom van Mainz herinnert aan de gelijknamige uitvinder, die waarschijnlijk leerde lezen en schrijven in Eltville. Ook in het stadje in de Rheingau met zijn wirwar van steegjes, de Rijnpromenade en de schitterende villa’s langs de rivier bestaat een Gutenberg-museum, in de toren van de Kurfürstliche Burg. Hier benoemde keurvorst Adolf II van Nassau Gutenberg op 17 januari 1465 tot hoveling. Zijn jaarlijkse apanage: 2180 liter jenever, 2000 liter wijn en belastingvrijheid.

In het huis van de gebroeders Heinrich en Nikolaus Bechtermünze ontstonden onder leiding van Gutenberg drukwerken zoals Vocabularius ex quo, zoiets als de voorloper van het woordenboek van de Grimms. In de toren in Eltville zijn afdrukken, gereedschap en een oeroude drukpers uit Italië te zien. Zeer waarschijnlijk gaf een heel simpel, in deze streek algemeen bekend apparaat de aanzet tot de uitvinding van de drukpers: de wijnpers.

Overal vakwerk

Het huidige stadsbeeld wordt nog steeds in grote mate bepaald door vakwerkhuizen. De meeste ontstonden in de periode tussen 1550 en 1850; niet alleen de oude binnenstad staat er vol mee. Toen de waardering voor de vakwerkarchitectuur begin 18e eeuw aanmerkelijk begon te tanen, ging men ertoe over om het vakwerk te verstoppen onder een pleisterlaag. Een voorbeeldige, grootschalige facelift van het stadje halverwege de 20e eeuw bracht al deze verborgen schatten weer tevoorschijn. En daarom zijn deze houten getuigen van een imposant verleden tegenwoordig weer overal te zien in Eltville.

Weetjes

In één oogopslag

Nadat u het sprookjesachtige karakter van Hessen hebt leren kennen, vindt u hierna nog een aantal weetjes en veel interessante achtergrondinformatie.

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a

a